
|
|
|
Geschiedenis van de molenHet is moeilijk te zeggen wanneer de eerste molens werden gebouwd. In de Prehistorie gebruikte men al maalstenen of wrijfstenen, waarmee met de hand graan tot meel gemalen werd. Dit noemt men ook wel een handmolen. Later ging men andere krachten gebruiken om een molen te laten malen. Er kwamen molens waarbij het zware werk gedaan werd door een paard (rosmolen). In de Middeleeuwen ging men, daar waar het mogelijk was, op grote schaal gebruik maken van de kracht van het stromend water. Dit water zet de raderen van de watermolens in beweging. Deze werden veel gebouwd waar (snel)stromend water voor handen is. Dus in het oosten en zuiden van Nederland. Daarna volgde de windmolen. Perzië (Iran) en Afghanistan In Seistan, een gebied in het oosten van Iran en het westen van Afghanistan, waren molens met een verticale as in gebruik. De oudste gegevens gaan terug tot 940. Het is echter mogelijk dat ze twee eeuwen daarvoor al bestonden. Aan de foto is te zien dat de molens forse bouwwerken waren. De molens waren niet kruibaar en stonden vast opgesteld met de windopening naar het noordoosten. Vaak stonden ze in rijen naast elkaar om zo gedurende de periode dat een harde wind constant uit het noordoosten waaide, het graan tot meel te malen. In de tekening staan de globale afmetingen. Het gaat hier om torens van 6,00meter in het vierkant en een hoogte van bijna 10 meter. De maalstenen bevonden zich onder in de molen en hadden een respectabele diameter van 2,10meter! Net als bij alle andere molens liggen de stenen horizontaal en draait de bovenste steen over de onderste. In de tekening is verder te zien dat de molen is uitgerust met een 'lichtwerk' om de afstand tussen de stenen aan te kunnen passen. De centrale spil en de bovenste molensteen rusten op een houten balk die aan de rechterzijde kan scharnieren en aan de linkerzijde met een wig kan worden versteld. De 'zeilen' bestonden uit riet of dunne planken. In Iran, waren deze molens in de regio Zahedan nog in gebruik tot rond 1970.
China Het ontstaan van de Chinese molen is onduidelijk. De eerste aantoonbare berichten dateren van 1219. De molens werden gebruikt voor het bevloeien van de akers en zijn nooit gebruikt voor het malen van graan. Of de Chinese molens zijn afgeleid van de Perzische molen of andersom, is nooit vastgesteld.
foto uit 'Science and Civilization in China', vol 4, part2, pagina 561. Joseph Needham 1986 Griekenland Van recentere datum zijn de molens in Griekenland. Dit zijn stenen windmolens met een vaste kap, een horizontale molenas en roeden waartussen zeilen kunnen worden gespannen. De datering is onbekend, maar is niet voor 1190 en vermoedelijk na 1250. De oudste aanwijsbare berichten dateren van eind 1300. De veronderstelling dat deze molens weer een vervolg zijn op de molens in Seistan blijkt nergens uit. Het enige dat wij weten is dat de molens in Seistan eerder bestonden dan de Griekse molens. Van wederzijdse invloed lijkt geen sprake.
Molens op Chios Molen op Karpathos Noord en midden Europa De eerste korenmolens in Europa komen we tegen in Normandië en langs de Noordzeekust in het graafschap Vlaanderen. De oudste dateringen gaan terug tot het einde van de 12e eeuw, en mogelijk zelfs het begin van de 12e eeuw. Deze laatste vondsten zijn echter onbevestigd. Naar het schijnt kwam in Leicestershire (Gr-Br) in 1136 al een standerdmolen voor. De molens waren zogenaamde standerdmolens. Lang is gedacht dat de kruisvaarders de windmolen uit het Midden Oosten naar de rest van Europa hebben gebracht, maar die stelling is onbewezen. De kruistochten waren tussen 1095 en 1270. Er is nooit aangetoond dat in het midden oosten molens hebben bestaan, ook niet ten tijde van de kruistochten. Dat de oorsprong van de molens in Griekenland licht is eveneens twijfelachtig. De Noord Europese standerdmolens zijn minimaal een eeuw ouder dan de Griekse molens. De oudst bekende torenmolen stond in de regio Toulouse, was niet kruibaar en dateert van 1245.
In het vlakke westen van Nederland bleef men zoeken naar een andere manier om molens te laten draaien. Vanaf de 11 e eeuw begon men windkracht te gebruiken. Men begon windmolens te bouwen waar het veel waaide, het vlakke deel van Nederland dus. De Standerdmolen (De standerdmolen wordt ook wel standaardmolen of staakmolen (B) genoemd) De standerdmolen is kruibaar naar alle richtingen door gebruik te maken van een centrale spil, de standerd, standaard of staak. Om deze spil is de molen gebouwd. De standerdmolen is waarschijnlijk in de 12e eeuw ontstaan. De oudste vermelding van de bouw van standerdmolens is 1180 (Normandië). Berichten uit 1105 zijn onbevestigd. In Houtkerque (Frans Vlaanderen) is de inscriptie 1114 aangetroffen. Ook hieruit mogen geen conclusies worden getrokken. In Hulst (Zeeland), werd in 1254 het oprichten van windmolens zonder officiële toestemming verboden. Dit duidt erop dat de windmolen op dat moment op het huidige Nederlandse grondgebied bekend was. In de loop van de 13e eeuw zijn overal standerdmolens verschenen. De verspreiding vond niet in zuidelijke richting langs de kust plaats maar in Noordelijke richting. We vinden standerdmolens in alle Noordelijke landen, van Denemarken en Zweden tot de Baltische staten en ver in Rusland.
De kast met het maalwerk. Buiten zien we het luitouw en een zak graan die naar binnen wordt getrokken. Open standerd met schoren en kruisplaten waar aan de standerdmolen haar naam dankt. De wipmolen of kokermolen In het waterrijke Hollandse land voldeed de standerdmolen niet voor bemaling omdat alle bewegende delen in het molenhuis zitten.
Wipmolen de Hadel
Kruiwiel en scheprad Spinnekop
In Friesland vinden we de kokermolen onder de naam Spinnekop. De spinnekop heeft echter één zetel, de wipmolen twee. Paltrokmolens Standerdmolens werden voornamelijk gebruikt als korenmolen al zijn er ook pel- en oliemolens bekend. Eind 1500, begin 1600 kwam door toepassing van een krukas de zaagmolen tot ontwikkeling. Omstreeks 1595 werd in Hoorn aan Franck Jansz octrooi verleend voor een houtzagende standerdmolen met uitbouw van het molenhuis op wielen die met het kruien van de molen meedraaide. Dit was de voorloper van de Paltrok houtzaagmolen.In Nederland staan nu nog 5 molens van dit type. Kijk voor foto's op een van onderstaande pagina's. In Duitsland zijn in later jaren ook paltrokmolens gebouwd. Deze hadden geen uitbouw en werden ingericht als korenmolen. Een variant op de standerdmolen, waarvan er later veel zijn omgebouwd tot paltrokmolen. De Held Jozua te Zaandam De wind is matig en balkenzager 'De Held Jozua' begint de dag met 4 zeilen in top. In de loop van de dag moet met het toenemen van de wind steeds meer worden gezwicht. Aan het begin van de middag draait de molen nog slechts met blote benen. De lucht is helder en de westenwind heeft af en toe stormachtige windstoten. Het ene moment staat de molen bijna stil terwijl o het andere moment de wuifelaars de zaagramen in hoogtempo op en neer bewegen. De zagen worden warm en doen in het natte hout dampend hun werk. Onderwijl wordt de slee waarop de stam ligt door een krabbelrad vooruit bewogen. Productie De paltrok is in zijn element. De zaagvloer schudt en de houtzagers houden de voortgang nauwlettend in het oog. Er werkten vroeger meestal 5 man op iedere paltrokmolen. De productie was 30 keer hoger dan die van de traditionele houtzagers in Amsterdam. Om die reden wilde het gilde van houtzagers in Amsterdam geen molens binnen de stad. De vooruitgang was echter niet te stoppen en het duurde niet lang of er stonden in de Zaanstreek, net buiten Amsterdam, meer dan 240 houtzaagmolens. Per dag konden bij goede wind zo'n 80 stammen worden verzaagd. De Bovenkruier De volgende stap was het bouwen van zwaar geconstrueerde zeskante en achtkante molens waarvan de kap kon draaien. Deze molens vonden een ruime toepassing. Als binnenkruier werden ze in grote getale gebruikt voor het droogleggen van de Hollandse meren. Voorzien van staart, schoren en een zwichtstelling werden ze als buitenkruier ingezet op velerlei gebied. Zo waren er oliemolens, papiermolens, korenmolens, zaagmolens, pelmolens, verfmolens, volmolens, hennepkloppers, snuifmolens, mosterdmolens, runmolens, trasmolens, blauwselmolens, schelpzandmolens, enzovoort, enzovoort.
Binnenkruier in de Schermer
Kruirad van de binnenkruier De Zaanstreek, Hollands eerste industriegebied. Op 15 december 1593 verwierf Cornelis Cornelszoon van Uitgeest van de Staten van Holland octrooi op een door wind aangedreven zaagmolen. Buiten de stadsgrenzen hadden de Amsterdamse gilden geen macht. De meest voor de hand liggende locatie voor de bouw van houtzaagmolens was ten noorden van de stad, aan de overkant van het IJ, goed bereikbaar aan de rivier de Zaan. Na nog met 3 jaar te zijn verlengd liep het octrooi op de krukas in een molen af op 6 december 1610. Hierna zien we een explosieve toename van het aantal houtzaagmolens. Twintig jaar later, in 1630 telde Holland al 86 houtzaagmolens, waarvan er 53 in de Zaanstreek stonden.
Voor de verarmde boerenbevolking van de Zaanstreek waren de molens met hun werkgelegenheid een zegen. Het duurde dan ook niet lang of door het succes van de houtzagerij ontstond een gebied waar uiteindelijk meer dan 1000 industriemolens hebben gewerkt. Geschiedenis van de achteruitgang van de Friese Molens Poldermolen De Hersteller en gemaal De Grie In 1811 werd het molenbestand geïnventariseerd. Sindsdien nog een aantal keren. Het laat zien hoe dramatisch het aantal molens is afgenomen. In 1811 waren er nog ruim 2400 molens in Friesland. In 1943 nog maar 300, in 1946 250 en in 1955 ongeveer 150. Nu zijn het er nog slechts 124, waarvan de stichting De Fryske Mole (zie fotogalerij) er 41 in bezit heeft. Samen met andere moleneigenaren zet zij zich in voor het behoud van deze molens. De industriemolens, elke stad had er wel een aantal, verloren door mechanisatie hun functie en zijn daardoor meestal gesloopt. Zo zijn er geen oliemolens meer in Friesland. Er staan nog twee mooie houtzaagmolens in IJlst en Woudsend. De poldermolens verloren hun functie door de vele gemalen in Friesland, waarvan de bekendste en de grootste het ir. D.F. Woudagemaal bij Lemmer en het J.L. Hooglandgemaal bij Stavoren zijn.
Voor een aantal plaatsen bepaalden de molens het dorpsgezicht, maar zijn ze in de loop der tijd allemaal verdwenen, zoals in Gorredijk waar eens zes molens stonden. Architectuur De type molens die in Friesland voorkomen:
Bronnen: Jur Kingma, Vereniging Industrieel Erfgoed. www.zaans-industrieel-erfgoed.nl. De meeste foto's zijn gemaakt door J.Kamphuis, Zaandam 'De Standerdmolen, Bouw, geschiedenis, verschijningsvormen en bedieningswijze van Nederlands oudste Windmolentype'. Erik Tijman, Jan Scheirs en Dick.Zweers, Utrecht 1994. 'Windmühlen, de Stand der Forschung über das Vorkommen und den Ursprung', J.C.Notebaart, 1972. Samenstelling en tekst: J.Kamphuis Zaandam. Wikipedia.
|
| Laatst aangepast op dinsdag 05 mei 2009 09:14 |